Dikactivisme voor beginners

Een handige basis over wat dikactivisme is en waarom het nodig is

Een witte megafoon ligt op een houten krukje

Educate yourself. Dat is het advies dat je soms krijgt als je niet helemaal mee bent met een thema op het vlak van sociale rechtvaardigheid.

Als je bijvoorbeeld niet goed weet wat er allemaal gaande is in Soedan of Palestina, dan moet je jezelf eerst bekendmaken met de materie door erover te lezen, voordat je er iets zinnigs over kan zeggen.

Goed advies, maar soms wel met een praktisch probleem: waar begin je in hemelsnaam te zoeken naar informatie? Google, ja, maar dan weet je niet of je op betrouwbare bronnen terechtkomt. En misschien leer je zo net wel heel schadelijke informatie.

Om dat probleem op te lossen rond de onderwerpen gewichtsdiscriminatie en dikactivisme, hebben wij deze pagina gemaakt. In 7 korte hoofdstukken leggen we uit wat het probleem juist is en waarom we doen wat we doen. In elk hoofdstuk vind je ook links waarop je kan doorklikken, zodat je je nog verder kan verdiepen.

‘Dikactivisme voor beginners’ geeft je een handige basis over wat dikactivisme is en waarom het nodig is. Daardoor weet jij in de toekomst hoe het écht zit wanneer mensen klagen over de ‘obesitasepidemie’ of zeggen dat dikke mensen gewoon wat meer moeten bewegen en minder eten.

Klaar ervoor? Let’s go!

Een schrift met verschillende tabbladen

Inhoudsopgave

1. Je mag ons gewoon dik noemen – over de woorden dik, 'overgewicht' en 'obesitas'

2. Zeg maar discriminatie, hoor – over stigma, discriminatie, thin shaming en thin privilege

3. Diëten werkt niet – over diëten, jojoën, bewegen en victim blaming

4. Onze gezondheid interesseert mensen niet – over BMI, correlatie, causaliteit en HAES

5. Een dikke patiënt komt bij de dokter ... – over medische gewichtsdiscriminatie, ondermaatse zorg en gatekeeping

6. Mensen zijn geen epidemie – over de 'obesitasepidemie', preventie, maagoperaties, ozempic en hoeveel dikke mensen kosten

7. We zijn pas vrij als iederéén vrij is – over intersectionaliteit, community en solidariteit

Je mag ons gewoon dik noemen

Over de woorden dik, 'overgewicht' en 'obesitas'

Wij gebruiken het woord 'dik' overal, omdat het voor ons een neutrale beschrijving is. Dat woord is in onze taal namelijk geen slecht of negatief woord: we zeggen bijvoorbeeld ook een dik boek of dikke vrienden. Op die manier gebruiken wij het ook om lichamen te beschrijven.

Wanneer 'dik' zonder vooroordelen gezegd en geschreven wordt, verliest het woord zijn macht. Het is dan geen scheldwoord meer, maar een waarheid: ja, ik ben dik, en dan?

Negatieve connotaties

Toch zijn er veel mensen die het geen fijn woord vinden. Dat begrijpen we uiteraard, want veel dikke mensen werden (en worden) gepest door hun gewicht en/of omvang en dat laat diepe sporen na. We gebruiken het daarom nooit om individuele personen te beschrijven, tenzij we weten dat ze zichzelf ook dik noemen.

Maar voor ons hoef je dus geen synoniemen te zoeken. Woorden als zwaarlijvig, vol of stevig dienen alleen om het woord 'dik' te vermijden. Daarmee bevestig je dat dik zijn zó slecht is dat het niet benoemd mag worden. De negatieve connotaties – dikke mensen zijn lui, onverzorgd en dom – blijven daardoor aanwezig. Door het woord 'dik' te vermijden, hou je het stigma dus eigenlijk in stand.

Alternatieven

Natuurlijk weten wij ook dat de negatieve connotaties met het woord 'dik' niet onmiddellijk zullen verdwijnen. Er zullen dus nog lange tijd andere omschrijvingen nodig zijn en gebruikt worden. Neutrale alternatieven zijn dan bijvoorbeeld 'zware personen' of 'mensen met een hoger gewicht'.

Daarbij is het wel belangrijk om te weten dat de woorden 'overgewicht' en 'obesitas' op geen enkele manier neutraal zijn. Ze zijn stigmatiserend en worden gebruikt om dikke mensen te discrimineren. Die woorden gebruiken wij daarom nooit, tenzij we iets of iemand citeren.

Tot slot is het ook handig om te weten dat er binnen de fat community soms gradaties van dik zijn gebruikt worden met bijbehorende benamingen: small fat, mid fat, large fat en superfat of infinifat. Het is belangrijk om dit onderscheid te maken, want hoe groter je maat is, hoe meer je te maken krijgt met discriminatie op vlak van kleding, gezondheidszorg, werk en toegankelijkheid tot de maatschappij.

Een dikke man zit aan een tafel achter een laptop. Hij draagt een bril en een paar shirt met daarover een zwarte cardigan.

Zeg maar discriminatie, hoor

Over stigma, discriminatie, thin shaming en thin privilige

In onze maatschappij leven we in een dieetcultuur. Dat is een cultuur waarin een dun lichaam gelijkgesteld wordt aan gezondheid, geluk, schoonheid en succes, waardoor iedereen wordt aangemoedigd om dun(ner) te worden of blijven.

Dat zie je bijvoorbeeld wanneer afvallen nog altijd in de top 3 van goede voornemens voor het nieuwe jaar staat. Of wanneer je thuis 'iets kleins' eet voordat je naar een feestje moet, zodat je daar niet te veel aperitiefhapjes eet. Of wanneer mensen liever depressief dan dik zouden zijn.

Dikke vooroordelen

De dieetindustrie heeft ons ervan overtuigd dat je je gewicht volledig zelf kan controleren en dat dikke mensen dus gemakkelijk kunnen afvallen. Dik zijn is dan je eigen 'fout'. Die heersende overtuiging zorgt ervoor dat er heel wat vooroordelen bestaan over dikke mensen: ze zijn lui en dom, en hebben geen doorzettingsvermogen.

In de media zien we die stereotypen ook terug, wanneer er grappen gemaakt worden over dikke mensen en er overal vooral dunne lichamen te zien zijn. Daarnaast wordt er ook nog eens continu gesproken over de 'obesitasepidemie', alsof dikke mensen alleen maar een hoopje statistieken zijn en geen mensen met volwaardige levens.

Dat stigma zorgt ervoor dat dunne mensen als moreel superieur gezien worden. Het is daarom geoorloofd om dikke mensen uit te schelden, commentaar te geven op ons gewicht, foto's te nemen zonder toestemming en op sociale media te posten om ons uit te lachen, … Want dat is 'voor ons eigen goed' en 'motiveert' ons om af te vallen.

Thin privilige

Wanneer we dat soort vethaat vermelden, is er altijd het weerwoord dat dunne mensen ook commentaar krijgen op hun lichaam. En dat klopt, want in onze maatschappij is niemand perfect en is zowat iedereen onzeker over hun lichaam. Toch kan je thin shaming en fat shaming niet één op één met elkaar vergelijken.

Zowel dikke als dunne mensen krijgen commentaar op hun lichaam, maar het zijn vooral dikke mensen die daarbovenop ook nog eens uitsluiting ervaren. Dikke mensen krijgen elke dag bevestigd dat ze niet thuishoren in onze maatschappij. We vinden bijvoorbeeld geen kleding in onze maat of we moeten meer betalen voor grote maten, er is een gewichtslimiet op bijna alles wat we kopen, we passen niet comfortabel in theaterstoelen of buszitjes, we betalen meer voor een schuldsaldoverzekering, etc. Dunne mensen ervaren dat niet en hebben dus dunprivilege.

Dikactivisme gaat daarom ook veel verder dan body positivity: het gaat niet om jezelf graag zien, maar om gelijkwaardige toegang tot de maatschappij.

Gewichtsdiscriminatie

Sommige mensen vinden het woord 'discriminatie' overdreven als het gaat om dikke mensen, maar het is wel degelijk wat er gebeurt. Dikke mensen worden op verschillende vlakken achtergesteld in onze maatschappij:

En denk eraan dat wij niet vragen voor een speciale behandeling wanneer we aankaarten dat we meer betalen voor een verzekering of een vliegtuigstoel. Wij vragen om dezelfde service en rechten die niet-dikke mensen krijgen in onze maatschappij en die ons op dit moment ontzegd worden. Dat is letterlijk discriminatie.

Diëten werkt niet – nee, ook niet als je het 'een verandering van leefstijl' noemt

Over diëten, jojoën, bewegen en victim blaming

Laten we even heel duidelijk zijn: wanneer dikke mensen gediscrimineerd worden in onze maatschappij is de oplossing niet dat dikke mensen hun lichaam moeten veranderen, maar dat de discriminatie moet stoppen. 

Toch zijn heel wat mensen het daar niet mee eens. Als dikactivisten gewichtsdiscriminatie ter sprake brengen, krijgen we namelijk regelmatig te horen dat dikke mensen maar moeten afvallen als ze niet gediscrimineerd willen worden. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid gelegd bij de persoon die gediscrimineerd wordt en dat is natuurlijk volledig het verkeerde uitgangspunt.

Maar zelfs als je deze verwrongen logica van victim blaming zou volgen, dan is er nog altijd een groot probleem, want diëten werkt niet.

Vertekend onderzoek

Wat we bedoelen met 'diëten werkt niet', is dat gewichtsverlies op lange termijn (5 jaar) niet mogelijk is voor de grote meerderheid (95%) van dikke mensen die met een dieet beginnen. Met andere woorden, bijna iedereen die met een dieet begint, komt binnen de 5 jaar het verloren gewicht weer bij, vaak met nog wat extra kilo's.

En omdat de dieetcultuur ons ervan overtuigd heeft dat het onze schuld is wanneer we niet dun(ner) blijven, beginnen mensen na een tijdje opnieuw aan een dieet. De cyclus van afvallen en weer aankomen begint zo elke keer opnieuw en dat noemen we jojoën.

Nu, natuurlijk ga je onderzoeken vinden die beweren dat diëten wél werkt, maar die geven meestal een vertekend beeld van de cijfers. Bovendien hebben we ondertussen al sinds de jaren '50 bewijs dat diëten niet werkt op lange termijn. Dat mag niet genegeerd worden.

Dat betekent overigens niet dat dikke mensen gewoon wat beter hun best moeten doen. Als een dieet niet werkt voor meer dan 95% van de mensen die het volgt, dan ligt het overduidelijk aan het dieet. Miljoenen mensen wereldwijd hebben echt niet gezamenlijk een groot gebrek aan doorzettingsvermogen.

Gezonde leefstijl

Steeds meer mensen weten dat diëten niet werkt, maar ze denken dat het gaat om crashdiëten. Als je een gezonde leefstijl aanneemt, zo denken ze, dan werkt het wel. Maar ook dat blijkt niet te kloppen.

"Je moet gewoon wat minder eten en wat meer bewegen" is een advies dat dikke mensen vaak horen. Dat is een variant van de gedachte dat je meer calorieën moet verbranden dan je inneemt om af te vallen. Maar zo werkt ons lichaam niet. Het verzet zich net tegen dat energietekort en gaat er alles aan doen om gewichtsverlies tegen te gaan.

Ook WW (aka Weight Watchers) behaalt op dit vlak geen goede resultaten. Mensen zijn er dikwijls van overtuigd dat WW en soortgelijke programma's wel werken, omdat die helpen 'je leefstijl te veranderen'. Alleen kent ook daar slechts een klein percentage succes, ook al beweren ze zelf natuurlijk iets anders.

Niet relevant

Het is dus wetenschappelijk aangetoond dat diëten niet werkt en die kennis kan handig zijn als dikke mensen bijvoorbeeld hun dokter willen tegenspreken als die weer maar eens een dieet voorstelt. Maar op het vlak van dikactivisme is dit gegeven verder niet relevant.

Ook al zou diëten wel werken, dan nog moeten dikke mensen gelijkwaardige toegang krijgen tot alle aspecten van de maatschappij. Het maakt niet uit of dikke mensen wel of niet kunnen of willen afvallen – dat zou geen voorwaarde mogen zijn om met respect behandeld te worden.

Onze gezondheid interesseert mensen niet

Over BMI, correlatie, causaliteit en HAES

In elk gesprek of artikel dat gaat over dikke mensen, is er altijd iemand die vol verontwaardiging uitroept: "Maar dik zijn is ongezond!" Het gaat er blijkbaar helemaal niet om dat dikke mensen moeten afvallen om aan het schoonheidsideaal te voldoen, maar om hun gezondheid te verbeteren.

Het is natuurlijk heel fijn om als dik persoon te weten dat iedereen zo begaan is met onze gezondheid, maar laten we dit toch eens even verder bekijken.

'

5 - 10 % gewichtsverlies

BMI ligt aan de basis van alles wat gaat over gezondheid in de context van gewicht. Dat systeem zegt namelijk heel duidelijk of je een 'gezond gewicht' hebt of niet. Het is een tool die wereldwijd gebruikt wordt, dus je zou verwachten dat het gebaseerd is op overtuigend wetenschappelijk onderzoek. Maar dat blijkt helemaal niet het geval te zijn. 

Een hoog BMI hangt samen met allerlei gezondheidsaandoeningen en dikke mensen moeten dus afvallen om op een 'gezond gewicht' te komen. Er zijn alleen twee grote problemen met dat uitgangspunt. 

Eén: afvallen op zich verbetert je gezondheid niet. Wanneer mensen aan een dieet beginnen, gaan ze meestal meer bewegen en gevarieerd(er) eten. Het zijn die handelingen die je gezondheid verbeteren, ook als je er niet door afvalt. 

Twee: de kans om als dik persoon een 'normaal gewicht' te bereiken is minder dan 1%. Tegenwoordig is de standaard daarom ook dat 5 tot 10% van je gewicht verliezen al genoeg is voor een grote gezondheidswinst. Maar mensen die in de categorie 'obesitas' vallen en 10% van hun gewicht verliezen, hebben daarna nog altijd 'obesitas'. Volgens de BMI-standaarden is er dan dus helemaal niks veranderd aan hun gezondheidsrisico's.

Een lesje statistiek

Volgens verschillende onderzoeken hebben dikke mensen meer kans om bepaalde gezondheidsaandoeningen te ontwikkelen, zoals hoge bloeddruk, diabetes en hartaanvallen. Die link ontkennen dikactivisten niet. Waar het misgaat, is dat onderzoekers daaruit de conclusie trekken dat een hoog gewicht de oorzaak is van die aandoeningen.

Niet-dikke mensen hebben ook hoge bloeddruk en diabetes. Bij hen ligt dat blijkbaar niet aan hun gewicht en dan bestaat de kans dat ook bij dikke mensen hun gewicht niet de oorzaak is. De gezondheidsaandoeningen die geassocieerd worden aan een hoog gewicht, zijn bovendien ook gelinkt aan jojoën en stigma, twee dingen waar dikke mensen veel mee te maken hebben.

Er zijn dus andere factoren die kunnen verklaren waarom dikke mensen een hoger risico hebben op bepaalde aandoeningen. Er is dus wel een correlatie tussen gewicht en sommige gezondheidsaandoeningen, maar geen causaliteit. Toch blijft gewicht en gezondheid overal aan elkaar gelijkgesteld worden. 'Obesitas' wordt zelfs als een (chronische) ziekte beschouwd, hoewel dat een vreemde classificatie is.

U

Nieuwe focus

Het is dus allemaal niet zo simpel als enkel luidkeels te roepen hoe ongezond het toch wel is om dik te zijn. Het goede nieuws is dat er een systeem bestaat dat rekening houdt met deze complexiteit: Health At Every Size (HAES).

HAES is een manier om de gezondheid en het welzijn van (dikke) mensen te bevorderen op een gewichtsneutrale en respectvolle manier. Het biedt een alternatief voor de focus die er op dit moment ligt op gewichtsverlies.

Dit model kijkt ook verder dan enkel het fysieke aspect, want vergeet niet dat je mentale gezondheid ook deel uitmaakt van je algemene gezondheid. Het houdt daarnaast rekening met andere aspecten dan gewicht die een invloed kunnen hebben op gezondheid en welzijn. Bijvoorbeeld of je elke maand genoeg geld hebt om rond te komen, of je in een veilige omgeving woont, of je een netwerk hebt waar je op kan terugvallen, of je voldoende slaapt, niet te veel stress hebt, waar je opgegroeid bent, …

Maar Health At Every Size wordt nooit vermeld wanneer het gaat over gezondheid en dik zijn. Mensen zijn ervan overtuigd dat ze moeten blijven roepen hoe ongezond we wel zijn, want dat 'motiveert' ons om af te vallen. Gewicht verliezen is het enige wat telt, en daarom weten we dat het niet écht om onze gezondheid draait.

Geen voorwaarde

We willen hier ook nog even benadrukken dat gezondheid een heel vaag begrip is en voor iedereen iets anders betekent. Iedereen mag voor zichzelf bepalen wat 'gezondheid' betekent en op welke manier ze hiermee bezig willen zijn. Niemand is het aan iemand anders verplicht om 'gezond' te zijn.

Gezondheid is bovendien op geen enkele manier een voorwaarde voor respect. Het is irrelevant binnen het dikactivisme, omdat ook dikke mensen die ongezond zijn recht hebben op respect en gelijkwaardige toegang tot onze maatschappij.

Een dunne witte dokter houdt een papier voor zich uitgestoken waarop staat 'prescription: lose weight'.

Een dikke patiënt komt bij de dokter ...

Over medische gewichtsdiscriminatie, ondermaatse zorg en gatekeeping

In een discussie over de gezondheid van dikke mensen moeten we het ook hebben over gewichtsdiscriminatie in de gezondheidszorg. Die twee dingen kunnen niet los van elkaar besproken worden.

Ook in de medische wereld bestaan er heel wat vooroordelen over dikke mensen. Dokters krijgen die overtuigingen mee in hun opleiding en zij leven natuurlijk ook gewoon in onze vetfobische maatschappij. Dat heeft gevolgen voor welke zorg we krijgen en hoe we behandeld worden door zorgverleners.

True story

Een dokter die een maagoperatie voorstelt terwijl je daar bent voor een verkoudheid. Een verpleegkundige die drie keer je bloeddruk neemt omdat hij niet gelooft dat je met zo’n hoog gewicht een normale bloeddruk hebt. Je huisarts die geen test wil doen voor de pijn in je knie, omdat je gewicht de enige oorzaak kan zijn. Een dokter die zegt dat je moet afvallen, terwijl achteraf blijkt dat je een tumor hebt. Een onderzoekstafel met een maximumgewicht waar je niet veilig of geen gebruik van kan maken …

Deze voorbeelden zijn jammer genoeg niet verzonnen, maar zijn echte situaties die dikke mensen regelmatig meemaken. En zo zijn er nog veel andere verhalen.

De ervaringen van dikke mensen zijn ook meer dan enkel anekdotisch bewijs: onderzoeken tonen telkens opnieuw aan dat gewichtsdiscriminatie in de zorg een reëel probleem is. Je kan je voorstellen dat dit gevolgen heeft voor de zorg die dikke patiënten krijgen.

Negatieve gevolgen

De vooroordelen van zorgverleners kunnen een impact hebben op de manier waarop zorgverleners omgaan met hun dikke patiënten. In vergelijking met dunne patiënten communiceren ze anders, geven ze minder informatie en spenderen ze minder tijd met hun dikke patiënt. 

Ze wijzen te veel symptomen toe aan het gewicht van de patiënt, waardoor er geen aanvullende tests voorgeschreven worden of enkel gewichtsverlies als oplossing geadviseerd wordt. Het gebeurt regelmatig dat ernstige diagnoses gemist worden en onbehandeld blijven.

Een ander belangrijk gevolg is dat dikke patiënten een doktersbezoek voor lange tijd uitstellen. Dat gebeurt om verschillende redenen, bijvoorbeeld omdat ze zonder respect behandeld worden door zorgverleners, omdat ze weten dat ze ongevraagd advies gaan krijgen over afvallen en/of omdat ze zich schamen om gewogen te worden. Dikke mensen gaan daardoor soms pas naar de dokter wanneer hun probleem al vergevorderd is en moeilijker te behandelen.

Een dunne zwarte dokter zit aan een bureau met een document in zijn handen. Naast hem zit een dikke zwarte vrouw die naar hem kijkt.

BMI als poortwachter

In onze maatschappij staat gewicht centraal in de zorg voor dikke patiënten. Het is dikwijls het eerste wat gemeten wordt en genoteerd in ons dossier. En het is meestal het eerste wat ter sprake komt, ongeacht het probleem waarvoor we bij een zorgverlener zitten.

Het grootste probleem daarmee is dat dikke patiënten zorg ontzegd wordt op basis van onze BMI. Soms wordt bijvoorbeeld een knie- of heupoperatie geweigerd, omdat artsen – foutief – denken dat dikke mensen minder goede uitkomsten hebben. Ook voor genderbevestigende operaties moeten dikke mensen afvallen tot ze een bepaald BMI bereiken, ook al blijkt uit onderzoek dat dat nergens voor nodig is. En als je als dikke patiënt IVF wilt ondergaan, is dat niet altijd mogelijk vanwege ongegronde overtuigingen.

Dikke mensen krijgen dus letterlijk niet de zorg die ze nodig hebben tot ze afvallen en een arbitrair gewicht bereiken dat dokters goedkeuren. Dat is gijzeling van zorg en op geen enkele manier aanvaardbaar.

Meer dan kwetsende opmerkingen

Soms wordt dikactivisten verweten dat we klagen over gezondheidszorg omdat dikke patiënten zich 'gekwetst' voelen wanneer een dokter een opmerking maakt over ons gewicht. Maar daar draait het overduidelijk niet om. We kaarten gewichtsdiscriminatie in de zorg aan omdat het soms letterlijk gaat over levensbedreigende situaties.

Wij zitten bovendien niet voor ons plezier bij de dokter. Net als andere mensen is er iets acuut of chronisch aan de hand waar we bezorgd over zijn. Dikke mensen moeten in zo'n stresserende situatie ook nog eens voor zichzelf opkomen en soms vechten voor gepaste zorg.

Zoals we al zeiden: als het gaat over de gezondheid van dikke mensen, dan móét gewichtsdiscriminatie in de zorg ook besproken worden.

Mensen zijn geen epidemie

Over de 'obesitasepidemie', preventie, maagoperaties, ozempic en hoeveel dikke mensen kosten 

Een dikke man met een volle baard houdt enthousiast zijn handen over de oren van zijn koptelefoon. Hij staat buiten op een rooftop met een heldere lucht.
s

Er wordt steeds vaker erkend dat diëten niet werkt op lange termijn en dat stigma negatieve gevolgen heeft voor dikke mensen. Maar, zo wordt er in één adem aan toegevoegd, dan moeten er andere maatregelen genomen worden, want we zitten wel met een 'obesitasepidemie'.

De strategie lijkt te zijn dat we aan preventie moeten doen: we moeten ervoor zorgen dat mensen – en dan vooral kinderen – niet dik(ker) worden. En als dat toch niet werkt, dan zijn er nog altijd maagoperaties en medicatie om dikke mensen 'gezonder' te maken.

Welke epidemie?

Laten we om te beginnen eens kijken naar wat die epidemie juist inhoudt. In de media lezen we regelmatig alarmerende cijfers. "Het percentage volwassenen met obesitas is in 30 jaar tijd meer dan verdubbeld" of "4 keer meer kinderen met obesitas".

In de Gezondheidsenquête van 2018 in België lezen we: "Er wordt geen stijging van de prevalentie van overgewicht en obesitas bij jongeren vastgesteld: de situatie is over de tijd constant gebleven." Een onverwachte bevinding als je afgaat op alle krantenkoppen die hierover de laatste jaren verschenen zijn …

Het onderzoek waarschuwt dat de prevalentie van 'overgewicht' en 'obesitas' bij volwassenen alleen maar toegenomen is sinds 1997. We weten alleen niet wat dat juist betekent, want er zijn geen specifieke cijfers te vinden over gewicht en lengte. Het kan dus zijn dat sommige mensen één kilo aangekomen zijn en daardoor nu in de categorie 'overgewicht' zitten.

We moeten dus afgaan op BMI, want die gegevens zijn wel beschikbaar. Daaruit blijkt dat de BMI van de gemiddelde Belg in de voorbije 20 jaar gestegen is van 24,5 naar 25,5. Wat betekent dat in absolute cijfers? Van 1997 tot 2018 is het gewicht van een gemiddelde Belgische man gestegen van 80 kg naar 83 kg, en bij een gemiddelde vrouw van 66 kg naar 70 kg. De paniek rond de 'obesitasepidemie' gaat dus over 3 à 4 kilo op 20 jaar tijd.

Nog even terzijde: ook de gemiddelde levensverwachting is in diezelfde tijd gestegen van 77 naar 81 jaar.

Dieetland

In de 'strijd tegen obesitas' worden er wereldwijd allerlei wapens ingezet en wordt er veel geld uitgegeven aan preventiecampagnes. Denk maar aan de suikertaks, maatregelen om de 'obesogene omgeving' aan te passen, en meer educatie over gezonde voeding en beweging.

Het probleem daarmee ligt om te beginnen al bij het uitgangspunt: we moeten dikke mensen helpen, want ze weten niet wat gezonde voeding is en kunnen niet weerstaan aan (onbewuste) verleidingen. Dat is erg betuttelend en stigmatiserend. Op deze manier blijft de boodschap ook dat je je eigen gewicht onder controle kan houden, zolang de omgeving maar goed ingericht is. En daarmee blijf je de schuld bij dikke mensen leggen.

Bovendien blijkt dat 72% van de Belgische bevolking al bewust bezig is met hun gewicht. Bijna 30% wil vermageren en 44% wil hun gewicht stabiel houden. Om dat te bereiken past bijna iedereen van die mensen aan wat ze eten en de helft beweegt meer. Gebrek aan kennis of bewustzijn lijkt dus niet het probleem te zijn.

+

Gewicht vs. gezondheid

Het uiteindelijke doel van 'obesitaspreventie' is dat mensen in ons land een 'gezond gewicht' bereiken. De focus van onze beleidsmakers ligt daarbij overduidelijk bij gewicht en niet bij gezondheid.

Reclame beperken voor bepaalde voeding en dranken, gezonde voeding op school promoten, meer mogelijkheden creëren om te sporten, groenten en fruit goedkoper maken, … Dat wordt blijkbaar niet gedaan omdat daarmee de gezondheid van de algemene bevolking bevorderd wordt, maar omdat dikke mensen dan gaan afvallen.

Het argument dat preventiecampagnes tegen 'obesitas' gaan om gezondheid, is daardoor niet overtuigend. BMI is het enige criterium dat bepaalt of maatregelen gewerkt hebben. Andere gezondheidsindicatoren worden niet gemeten en opgevolgd. Als mensen over het algemeen wel gezonder zouden worden, maar niet dunner, dan heeft de campagne dus gefaald.

En in die situatie zitten we nu. Elke paar maanden wordt er alarm geslagen dat mensen steeds dikker worden, ondanks alle jaren van preventiecampagnes en diëten. Het zou logisch zijn om dan eens te onderzoeken waar het misloopt en wat er anders kan. Maar in de plaats daarvan wordt er nóg harder ingezet op preventie. Nog meer maatregelen! Nog meer focus op gewicht! 

Ondermaatse oplossingen

Voor dikke mensen (aka mensen bij wie preventie niet meer mogelijk is), zijn er 'gelukkig' andere oplossingen. Maagoperaties en afvalmedicatie worden voorgesteld als dé manier om gewicht te verliezen om zo je gezondheid te verbeteren.

Maar de lijst van mogelijke negatieve bijwerkingen van maagoperaties is erg lang. En je weet op voorhand niet welke symptomen je allemaal gaat hebben en hoe zwaar die zullen zijn. Soms zorgt een maagoperatie voor een hele reeks complicaties en zijn mensen minder gezond dan voordat ze de operatie lieten uitvoeren.

De laatste tijd horen we ook dat 'obesitasmedicatie' (ozempic etc.) hét wondermiddel is in de strijd tegen 'obesitas'. Deze producten bestaan al langer, maar niet in de hoge dosissen die nu gebruikt worden als afvalmethode. We weten dus niet wat de langetermijneffecten zijn van deze medicatie, en in de korte periode dat mensen het nemen, is er al een hele lijst met (serieuze) negatieve bijwerkingen gerapporteerd.

Maar het draait écht alleen maar om gezondheid, hoor!

Onmenselijk

Als alle overheidscampagnes nog niet duidelijk gemaakt hebben dat dikke mensen niet welkom zijn in onze maatschappij, worden er ook regelmatig onderzoeken uitgevoerd die berekenen hoeveel we de maatschappij kosten.

De conclusie is altijd dat dikke mensen verantwoordelijk zijn voor miljarden euro's die de staat moet uitgeven aan gezondheidszorg en die bedrijven verliezen aan ziekteverzuim. Waar deze studies nooit rekening mee houden, is of gewichtsdiscriminatie en -stigma een rol kunnen spelen in deze cijfers.

Naast de twijfelachtige berekeningen is het ook moreel verwerpelijk om een groep mensen alleen maar te zien als een kostenpost. Dikke mensen worden bijna altijd in deze context voorgesteld, waardoor onze menselijkheid compleet verdwijnt. We zijn enkel een hoopje statistieken, een probleem dat opgelost moet worden, een last voor de samenleving.

De strijd tegen de 'obesitasepidemie' zorgt er alleen maar voor dat dikke mensen nog meer gestigmatiseerd worden in onze maatschappij. Dat heeft een negatieve impact op onze gezondheid en ons welzijn, waardoor beleidsmakers dus zelf veroorzaken wat ze willen verbeteren.

Een dikke vrouw in een wit topje houdt haar handen in de zij en kijkt naar links, weg van de camera

We zijn pas vrij als iederéén vrij is

Over intersectionaliteit, community en solidariteit

Iemand die dik is, is nooit alleen maar dik. Er zijn verschillende aspecten die samen de identiteit van een persoon vormen. En al die kenmerken kunnen een invloed hebben op hoe mensen zelf de wereld beleven en hoe de maatschappij hen bekijkt.

Verschillende vormen van stigma en discriminatie zijn dus met elkaar verbonden en het is belangrijk dat we op alle vlakken strijden voor gelijkwaardigheid.

Kruispunt van identiteiten

In 1989 benoemde Kimberlé Chrenshaw specifiek de term ‘intersectionaliteit’, hoewel het idee erachter al langer bestond. Als juriste zag zij hoe het Amerikaanse rechtssysteem zich baseerde op individuele vormen van discriminatie: een zaak werd bekeken in het kader van ofwel racisme ofwel seksisme, maar niet beide tegelijkertijd.

Daardoor ontken je dat zwarte vrouwen als groep te maken hebben met specifieke uitdagingen, legt Crenshaw uit. Wanneer een zwarte vrouw seksisme ervaart, is dat op een andere manier dan een witte vrouw seksisme ervaart, net zoals een zwarte vrouw racisme anders ervaart dan een zwarte man. Discriminatie gebeurt op basis van gender én huidskleur; die twee dingen kunnen niet los van elkaar gezien worden.

Tegenwoordig wordt intersectionaliteit breder bekeken dan enkel het kruispunt tussen gender en etniciteit. Ook andere aspecten van je identiteit beïnvloeden de manier waarop je gediscrimineerd of onderdrukt kan worden in onze maatschappij. Denk hierbij aan leeftijd, sociale klasse, lichamelijke functiebeperking, religie en dus ook lichaamsvorm of gewicht.

Uitdagingen binnen communities

Intersectionaliteit of kruispuntdenken is het idee dat mensen discriminatie en onderdrukking kunnen ondervinden in onze maatschappij op basis van verschillende identiteiten tegelijkertijd.

En ook binnen communities krijgen dikke mensen te maken met specifieke vormen van gewichtsdiscriminatie. Verschillende verhalen laten zien dat vetfobie een probleem is binnen de LHBTQ-community bijvoorbeeld. Ook in de Aziatische cultuur komt het veel voor. 

Anderzijds wordt er binnen de fat community niet altijd rekening gehouden met andere identiteiten, waardoor sommige mensen zich daar buitengesloten voelen. Dat zien we bijvoorbeeld bij mensen met een beperking.

Samen sterk

Onze focus is gewichtsdiscriminatie, maar het is belangrijk dat we ons bewust blijven van andere vormen van stigma en discriminatie. Die zijn namelijk onderling gelinkt en kunnen invloed hebben op elkaar.

We kunnen daarom niet denken aan alleen maar de vrijheid van dikke mensen. Als andere groepen in onze maatschappij nog steeds onderdrukt worden, dan is onze vrijheid niet veel waard. Want zelfs al zou die onderdrukking geen rechtstreekse impact hebben op ons als dikke mensen, dan zijn we nog altijd niet veilig. Als één groep onderdrukt of gediscrimineerd wordt, dan wordt de vrijheid van iederéén bedreigd.

Met andere woorden: niemand is vrij tot iedereen vrij is. En dat is het soort intersectioneel activisme waar iedereen naar moet streven.

Vier dikke personen staan voor een venster in een cirkel met elkaar te praten